Leestijd: 9 minuten

13 campussen, evenveel gezichten van KU Leuven

Belangrijkste realisaties

  • Profilering van alle campussen als volwaardig ‘KU Leuven’
  • Vertrouwen in groeimogelijkheden en respect voor de eigenheid van alle campussen
  • Alle OP3-leden opgenomen als volwaardig academisch personeel in de universiteit
  • Versnelde invoering van een inclusieve CAO voor het ATP-Integratiekader
  • Excellente praktijk draagt bij aan de opleidingen door het statuut van ‘professor of practice’
  • Tastbaar effect van goede relatie met Associatiehogeschool op gemengde campussen 
  • Uitwerking van een ambitieus investeringsplan met perspectief voor de campussen
© KU Leuven

Van assimilatie naar erkenning van diversiteit

Dertien campussen in elf steden, dat brengt coördinatievraagstukken met zich mee. Zeker tijdens de pandemie was die realiteit van elf lokale besturen en evenveel lokale crisiscellen erg voelbaar. De pandemie maakte ook heel tastbaar wat we al langer weten: dat het niet simpel is om diensten die je op de grote schaal van een Leuvense campus ontwikkelt, te evenaren op de kleinere schaal van een campus in Brugge, Geel of Diepenbeek. Een COVID-testsite zoals we die in de Museumzaal van het rectoraat hebben uitgebouwd, was elders niet haalbaar. Om het studentengezondheidscentrum in Leuven ook elders te kunnen realiseren, moesten we alternatieven zoeken in de lokale eerste lijn of in samenwerking met de hogeschool. 

We moeten altijd het maximum mogelijke doen om de werk- en leeromstandigheden op alle campussen zo gelijkwaardig mogelijk te maken en ons ongeacht de locatie altijd even hard inzetten voor alle studenten en medewerkers. Daar zijn we in geslaagd. Alle campussen zijn écht ‘KU Leuven’ geworden. Vertrouwen in de groeimogelijkheden en respect voor de eigenheid van elke campus kenmerken daarbij onze aanpak.

Een campus die er staat

Een aanpak die rendeert, zo bewijst onze campus in Kortrijk. Kulak was ongeveer 50 jaar onze enige campus buiten Leuven. Aanvankelijk met wisselend succes, maar nu met een slagkrachtig en toekomstgericht model dat we volop steunen.

Campus Kulak Kortrijk is een campus die er staat. Uniek in zijn soort en daardoor ook met een wat eigen positie. Met de drie wetenschapsgroepen bijeen en een sterk porfolio aan bacheloropleidingen, schakelprogramma’s en de verkorte educatieve master. Met straks ook master-na-masteropleidingen, samen met campus Brugge. Met bijzondere aandacht voor onderwijsinnovatie, inclusief het gericht gebruik van educatieve technologie. Met groeiende studentenaantallen, een stevige equipe en erg mooie onderzoeksresultaten. Met een uitgesproken focus op interdisciplinariteit, ook over de grenzen van wetenschapsgroepen heen. Met een oog voor de mogelijkheden van artificiële intelligentie in onderwijs en vooral ook onderzoek. Met een PUC dat in levenslang leren sinds jaren het verschil maakt. Met een gerichte internationalisering en krachtige interregionale samenwerking, onder meer met de academische instellingen in Lille. Met een sterke interactie met de belangrijkste regionale actoren, wat de KU Leuven op een bijzonder slagkrachtige manier aanwezig maakt in de brede regio.

We hebben de specifieke positie van Kulak in het organiek reglement verankerd en we hebben de financiële situatie van onze Kortrijkse campus volledig geconsolideerd. Er zijn veel redenen waarom we voor Kulak een specifieke aanpak hanteren. Haar geschiedenis is er één van; de aanwezigheid van zoveel disciplines en opleidingen een andere. Maar ook de slagkracht van een brede universitaire campus in een provincie zonder andere comprehensieve universiteit is voor de KU Leuven van groot belang. Specifieke contexten vragen specifieke antwoorden. Dus neen, de aanpak van Kulak kan niet zonder meer naar de andere campussen buiten Leuven getransponeerd worden. Elke campus verdient een eigen aanpak want alleen zo bereikt ons multicampusmodel zijn volle slagkracht.

Een verrijking voor de universitaire gemeenschap

Vele collega’s van het Onderwijzend Personeel (OP) werkzaam op campussen kunnen dankzij de integratie doelen nastreven die binnen de hogeschool niet haalbaar waren. De betrokken faculteiten en departementen hebben ook elk een dynamiek ontwikkeld die erop gericht is de campussen buiten Leuven een stevige plaats binnen de grote KU Leuven te geven. Dat is veel waard. 

Maar toch, vanuit de KU Leuven kunnen wij ons moeilijk inbeelden hoe emotioneel ingrijpend de integratie is (geweest). De nieuwe collega’s zijn, kort samengevat, terechtgekomen in een omgeving waar zij zelf niet meer de maat van alle dingen zijn. Het statuut ZAP zoals dat al bestond aan de universiteit, heeft nu eenmaal een eigen insteek: het streven naar internationale excellentie in het onderzoek. Dat contrast leidde bij veel OP-collega’s tot een gevoel niet ten volle gewaardeerd te worden. 

Dat gevoel is aangewakkerd doordat de KU Leuven de integratie aanvankelijk benaderde vanuit een perspectief van assimilatie: alles werd in het werk gesteld om studenten en personeel zo snel mogelijk te integreren in de universiteit. Het huidige bestuur daarentegen heeft de campussen benaderd vanuit een perspectief van diversiteit. Daarbij wordt de opname van nieuwe groepen en profielen van medewerkers als een verrijking voor de universitaire gemeenschap gezien. 

Vanuit die overtuiging is gewerkt aan een verbetering van de positie van het OP. Daarbij is maximale gelijkschakeling betracht met de traditionele universitaire statuten, zonder de eigen finaliteit en opdracht van het OP te vergeten. We zijn ervan uitgegaan dat de OP-collega’s zich niet gewoon moeten aanpassen: ze leveren een unieke bijdrage aan onze universitaire gemeenschap en we kunnen veel van hen leren. 

Een symbolische maar belangrijke stap was de instemming dat ook OP3-collega’s de titel van professor kunnen gebruiken én gerechtigd zijn de toga te dragen, een recht dat uitgebreid werd naar alle docenten van de ganse universiteit. Ook de mandaten die opgenomen kunnen worden, zijn verruimd.  We hebben de bevorderingscriteria verduidelijkt. Het principe dat binnen het OP3 doorgroei naar hoogleraar principieel voor iedereen mogelijk is, werd bekrachtigd. 

In het OP1-statuut werden de mogelijkheden tot bevordering tot hoofdlector in het OP1-statuut verruimd. OP1-collega’s kunnen nu ook zelf een bevordering aanvragen. Ook hier is werk gemaakt van uitbreiding van de bestuurlijke verantwoordelijkheden die opgenomen kunnen worden en is een betere vertegenwoordiging in faculteitsraden mogelijk gemaakt. Het is een greep uit meer.   

Naar een CAO voor het ATP van het integratiekader

We hebben in 2017 meteen werk gemaakt van een CAO voor de ATP-collega’s uit het integratiekader (ATP-IK). Een eenvormige CAO heeft eenvoud gebracht waar de complexiteit door een grote diversiteit aan protocollen nauwelijks te overzien was. De achterliggende filosofie was om de verschillen tussen het ATP-IK en het ATP met een universitair statuut zo klein mogelijk te maken, zodat een leidinggevende zich niet meer moet afvragen welk statuut een medewerker heeft. 

Kernelementen van de nieuwe CAO waren de integratie van het ATP-IK in het functieraamwerk van de KU Leuven, het toepassen van de 40-uren werkweek met compensatiedagen en het gelijkschakelen, mits overgangsperiode, van de diverse verlofregelingen. De onderhandelingen hadden onder het vorige bestuur lang aangesleept. We hebben ze de nodige prioriteit gegeven en zijn snel tot een gedragen akkoord gekomen.  

Gewaardeerde gemeenschappen

Personeelsstatuten zijn belangrijk maar een echte integratie is meer dan dat.  Het is belangrijk dat onze campussen zich als geheel gewaardeerde gemeenschappen voelen. Dat kan enkel als er op het niveau van de campus de nodige autonomie is, zodat men op de campussen zelf een personeelsbeleid kan voeren en gerichte initiatieven kan nemen in onderwijs en onderzoek. Pas dan wordt een campus een actieve gemeenschap die zich optimaal kan ontwikkelen. 

Dat kan natuurlijk niet in isolement: voortdurend overleg met faculteiten en departementen is hierbij essentieel maar de kern is dat het hier over een tweerichtingsverkeer gaat waarbij ook de campussen initiatieven kunnen en moeten ontwikkelen. In de groep W&T werden grondige reglements- en structuurhervormingen doorgevoerd die dit principe verankeren en ervoor zorgen dat onze onderzoekers op de campussen beter in de departementen werden geïntegreerd.

De eigenheid erkennen, de garanties volhouden

De juiste positie bepalen voor de geïntegreerde campussen is niet altijd eenvoudig. We moeten de eigenheid van de opleidingen bewaken (bv. het onderscheid tussen industrieel en burgerlijk ingenieur), maar ze moeten wel aan dezelfde academische criteria beantwoorden. Daar zit soms spanning op. We zijn er nog niet helemaal, maar er wordt door velen van u hard aan gewerkt. Met de recente goedkeuring van de professor of practice, is weer een stap voorwaarts gezet. 

Het samenhuizen met de hogescholen verloopt niet altijd vlekkeloos. We kunnen hier met de Associatie nog stappen zetten. Maar ook hier is de afgelopen jaren significante vooruitgang geboekt. Het vertrouwen tussen de Associatiepartners is gegroeid. Dat heeft onder meer tot gemeenschappelijke bouwprojecten in Gent en op campus De Nayer geleid. 

Om de transitie te ondersteunen wordt voor de geïntegreerde opleidingen gewerkt met afzonderlijke financiële enveloppes. Er werd een groeipad voorzien dat we nu progressief invullen met nieuwe aanwervingen. Waar nodig laten we solidariteit spelen, tussen Leuvense opleidingen en de campussen of tussen de campussen onderling. Het is een economische bescherming die nodig is om grondig te kunnen werken aan dat fragiele evenwicht tussen academische diepgang en een blijvende oriëntatie op de beroepspraktijk. Laat duidelijk zijn dat studentenaantallen niet onze eerste graadmeter zijn. We zetten in op de sterktes en het eigen profiel van iedere campus en op termijn kan dit alleen maar renderen.

Het huidige bestuur vertrekt dus van vertrouwen in de groeimogelijkheden van de campussen. Dat is ook voelbaar in grote investeringsdossiers. In Antwerpen is campus Sint-Jacob erbij gekomen en is het iconisch gebouw van het Provinciaal Veiligheidsinstituut aangekocht. Dit zal leiden tot een verdichting van de campusactiviteiten. In Brussel is na een lange juridische strijd de Meyboomsite verworven met een mooi perspectief op een campus in hartje Brussel. In Gent biedt de synergie tussen architectuur, ingenieurs- en kunstenopleidingen veel mogelijkheden. Op de nieuwe campus aan de Bargiekaai zullen ze een nieuw huis delen en zich thuis voelen. 

Grote erkentelijkheid 

Op onze campussen heb ik altijd grote strijdvaardigheid en stevige inzet ervaren. Het engagement voor de KU Leuven is er, de grote betrokkenheid op de eigen campus blijft er. Dat is bewonderenswaardig en hartverwarmend. Mijn dank gaat ook uit naar de huidige algemeen directeurs van de partnerhogescholen. We hebben de voorbije twee jaar een nieuw elan gevonden, en dat is cruciaal voor de toekomst van onze geïntegreerde campussen.

© KU Leuven