Leestijd: 7 minuten

Actief lerende studenten

Belangrijkste realisaties

  • Op gang brengen van een beweging rond activerend onderwijs
  • Recurrente investering van zes miljoen euro in facultaire (onderwijs)ondersteuners
  • Oprichting van KU Leuven Learning Lab (Academy) voor facultaire ondersteuners
  • Doeltreffende strategische keuze voor het plan ‘Going Digital’ tijdens de pandemie
  • Ondersteuning van blended onderwijs, ook met gerichte opleidingen en lokalenmatrix
  • Ontwikkeling van Toledo tot een volwaardig Learning Experience Platform
© KU Leuven

Toekomstgericht onderwijs, digitaal ondersteund

Naast de mijlpaal en de startersdagen als maatregelen die kunnen bijdragen tot een betere studievoortgang, is activerend onderwijs een andere krachtige hefboom. We kennen al lang vele voorbeelden van activerend onderwijs aan de KU Leuven. Maar de prioritering in het beleid en een uitgewerkte aanpak op het niveau van de faculteit of de opleiding ontbraken wel eens. We hebben een beweging rond activerend onderwijs op gang gebracht. We hebben ze laten sporen met de uitbouw van een slagkrachtige digitale ondersteuning van ons onderwijs. 

Deze keuzes zijn wetenschappelijk goed onderbouwd. Bovendien is activerend onderwijs wat de financierende overheid verwacht. In het decreet met betrekking tot het nieuwe Kwaliteitszorgstelsel voor het hoger onderwijs wordt activering expliciet vermeld als ‘kwaliteitskenmerk’. Kenmerk 5 stelt: “De onderwijs-leeromgeving stimuleert de studenten om een actieve rol te spelen in het leerproces en draagt bij tot een vlotte studievoortgang.” We zullen er op geëvalueerd worden in de Instellingsreview die ons in het najaar van 2022 wacht. 

Een keuze voor activerend onderwijs

Dit bestuur heeft samen met alle opleidingen een keuze gemaakt voor een onderwijsmodel dat leidt tot actiever leren en minder uitval. De ambities werden neergeschreven in één van de vijf luiken van het Strategisch Plan: Toekomstgericht Onderwijs. We voelen ons in deze ambities gesterkt door de wetenschap die wijst op het belang van actief en coöperatief leren, en van feedback- en evaluatiemethoden die actief leren ondersteunen. In essentie gaat het om een overgang van ‘luisteren en blokken’ naar ‘actief construeren en verwerven’. 

In het Strategisch Plan hebben we ons onder meer gebaseerd op de studie van Schneider & Preckel uit 2017. Ze steunt op een brede waaier van meta-analyses (in totaal 1.920.239 studenten uit het hoger onderwijs). De studie wijst op de grote impact van een op activering gericht curriculumontwerp, van tweewegsinteractie tussen student en docent of interactie onder studenten, van actiever leren dankzij aangepaste zelf- en permanente evaluatiemethoden. De voordelen voor de student zijn duidelijk: betere slaagkansen, hogere retentie van kennis en meer transfer naar het vervolg van het curriculum, het leven en de loopbaan. 

De KU Leuven kan deze overtuigende evidentie niet naast zich neerleggen. Maar de omslag maken is een werk van vele jaren. Intussen zijn heel wat docenten en onderwijsondersteuners aan de slag, vaak in samenwerking met ons expertisenetwerk KU Leuven Learning Lab. Via een inspiratiebord en de netwerken van onderwijsondersteuners, programmadirecteurs en opleidingshoofden, worden ervaringen en goede praktijken gedeeld. De Learning Lab Academy verzorgt opleidingen voor didactische teams en POCs, en coacht facultaire ondersteuners. 

We willen met activerend onderwijs geen eenheidsworst creëren: ieder domein, ja iedere cursus, vraagt een eigen aanpak, met eigen accenten ingebracht door een betrokken docententeam. 

De uitbouw van activerend onderwijs vraagt tijd en inzet, ook van onze professoren. Dat gaat aanvankelijk soms ten koste van andere taken zoals onderzoek. Maar het is belangrijk dat we onderwijs niet als een last zien: het is ook een opportuniteit. Door onszelf uit te dagen, zowel inhoudelijk als op vlak van onderwijsmethodiek, maken we van het onderwijs aan de KU Leuven een boeiende onderneming die de onderzoekers van de volgende generatie stimuleert en inspireert en waarin docenten zich kunnen ontplooien, niet enkel als overbrengers van kennis – ook dat is belangrijk – maar ook als degenen die belichamen hoe nauw verbonden onderzoek en onderwijs zijn. 

Digitaal ondersteund

Dit bestuur heeft veel aandacht besteed aan de digitale ondersteuning van het onderwijs. Eén van de vijf luiken van het Strategisch Plan luidt Going Digital. Die keuze heeft het verschil gemaakt tijdens de pandemie. Ze heeft ons in staat gesteld om de digitale ruggengraat tijdig te verstevigen. Maar de periode van online onderwijs heeft ons ook geleerd hoe onvervangbaar kwaliteitsvol contactonderwijs is. De toekomst is dus niet ‘helemaal digitaal’. 

Going digital is een krachtige hefboom voor toekomstgericht onderwijs, dat contactonderwijs de essentiële plaats geeft die het verdient. We zetten de technologie gericht in, altijd in functie van de noden in specifieke onderwijsleersituaties. In die combinatie schuilt veel leerwinst, zo wijst een recente meta-analyse over de effecten van technology-enhanced active learning uit (Shi et al., 2020). 

De mogelijkheden voor activerend onderwijs worden mits slimme technologische ondersteuning breder en rijker. In blended onderwijs wordt dit het meest zichtbaar. Tal van collega’s hebben tijdens de pandemie de waarde ontdekt van deze combinatie van online en face-to-face onderwijs: studenten worden uitgedaagd om de leerstof op eigen toestel, tijd, plaats en tempo aan te leren, waardoor er tijdens contactmomenten  ruimte is voor verdiepende discussies, oefeningen, … om de kennis en vaardigheden actief te verwerken en toe te passen. We faciliteren blended onderwijs met ondersteuningsmateriaal en een breed opleidingsaanbod, maar ook met een goed doordachte lokalenmatrix die verduidelijkt wat mogelijk is met de beschikbare technologie.  

Er zijn ook andere evoluties die ons ertoe aanzetten om digitalisering in onderwijs en leren ernstig te nemen. We hadden het elders al over het wereldwijde bereik van onze MOOCs. Maar ook hier, in Vlaanderen, zien we een groeiende diversiteit in de studentenpopulatie, met bijvoorbeeld werkstudenten die flexibele leeroplossingen zoeken. En natuurlijk, technologie-ondersteund multilocatieleren is van strategisch belang voor een universiteit die in tien steden aanwezig is. 

Er is in dit domein een hele weg afgelegd: klaar voor de toekomst. Het arsenaal aan educatief-technologische oplossingen is stevig uitgebreid met een waaier aan investeringen, bijvoorbeeld in netwerkinfrastructuur, cloud computing, en de ondersteuning van bring your own device. Ook de expertiseopbouw rond het didactisch adequaat inzetten van deze technologie is deels gerealiseerd. Toledo is geëvolueerd naar een volwaardig Learning Experience Platform waarin stelselmatig de ondersteuning van complexere leertaken, het (semi-)automatisch genereren van feedback en de integratie van learning analytics stap voor stap worden gerealiseerd. 

Een betere en bredere ondersteuning

Dit bestuur heeft de fundamenten verstevigd. Er zijn 90 rekeneenheden (5,4 miljoen euro per jaar) geïnvesteerd in de faculteiten voor de ondersteuning van toekomstgericht onderwijs en andere werven van het strategisch plan. Tevens zijn 10 rekenheden (600.000 euro per jaar) vrijgemaakt voor onder meer de aanwerving van technologie-experten bij de groepsdiensten, voor de ondersteuning van MOOCs, het gebruik van augmented en virtual reality en de uitbouw van leercentra. Op meerdere plaatsen worden die middelen nu op een intelligente manier gecombineerd zodat grotere groepen docenten en studenten kunnen worden bereikt. Dit geeft KU Leuven voorsprong.

KU Leuven Learning Lab is opgericht, als katalysator voor opleiding, ondersteuning, innovatie en disseminatie. Het bundelt alle didactische, educatief technologische, technische en mediakundige expertise. Met de oprichting hiervan vormen de onderwijsondersteuners over groepen, faculteiten, diensten en campussen heen één netwerk dat expertise ontwikkelt en vanuit één visie werkt. 

Om activerend onderwijs en de digitale ondersteuning ervan goed te laten sporen, werden drie projectlijnen met een jaarlijks terugkerende oproep uitgewerkt:  ‘Innovatief Digitaal Leren (seed-projecten): onderwijsinnovatieprojecten’, ‘Innovatief Digitaal Leren: microprojecten’, en ‘Implementatieprojecten (scale-upprojecten)’. De seed-projecten stimuleren innovatie: een nieuwe technologie of didactische aanpak wordt uitgetest in één onderwijssetting (bv. met focus op permanente evaluatie) bij een welomlijnde studentengroep. De microprojecten voorzien middelen voor de ontwikkeling van online componenten of digitale leermaterialen. Scale-up projecten bereiden de brede implementatie voor van succesrijke projecten: stakeholders worden gehoord, administratieve processen uitgewerkt, en juridische, ethische en budgettaire vragen beantwoord.

Een woord van dank

We hebben veel geïnvesteerd, in middelen en mensen en overwegend dichtbij de opleidingen. We helpen op deze manier het verschil maken, almaar dieper in de organisatie en breder doorheen de didactische teams. Ik dank eenieder die zo betrokken is bij de uitbouw van ons KU Leuven Learning Lab en in het bijzonder de diensten ICTS en de diensten Onderwijsbeleid die op hoog niveau presteren. Ik dank de vicerector digitalisering, alle vicedecanen onderwijs, programmadirecteurs, onderwijsondersteuners en studietrajectbegeleiders die mee aan de weg timmeren.