Leestijd: 8 minuten

Blijven zoeken in wetenschappelijk onderzoek

Belangrijkste realisaties

  • Interdisciplinaire kruisbestuiving in de kijker door de KU Leuven Instituten 
  • ID-N of Interdisciplinaire Netwerken voor team science over disciplines heen
  • Sterke interuniversitaire consortia door de interuniversitaire BOF-oproep
  • Betere spreiding van kansen door onderzoeksbeleid dat hogere slaagkansen garandeert
  • Met KU Leuven Kernfaciliteiten breder gebruik van cruciale apparatuur
  • Invoering van de derde termijn BOF-ZAP en Fundamenteel Klinisch Onderzoeker
  • Grondige herziening en versterking van het KU Leuven ERC-beleid
© shutterstock

Pieken op een hoogvlakte

Excellentie is een beladen term en wordt makkelijk geassocieerd met concentratie van kansen en middelen bij een beperkte groep ‘excellente’ onderzoekers, met verhitte competitie voor schaarse fondsen. Maar excellentie hoeft niet zo beladen te zijn. Ik geloof dat excellentie kan samengaan met inclusie en voldoende spreiding van kansen en middelen. En niet alleen voor onderzoek geldt. Ook onderwijs, vorming en dienstverlening kunnen uitblinken, excellent zijn.

Dat is de excellentie waar we voor staan als KU Leuven. Niet in de betekenis van een status of een positie, wel in de zin van een ambitie of een intentie. Het gaat om onze wil, ons doorzettingsvermogen, onze bereidheid om krachten te bundelen, onze gedrevenheid om er de vruchten van te plukken. Weg van zelfvoldaanheid en berusting, maar wel met veel oog voor anderen. Excellentie gaat niet om ‘hem’ of ‘haar’ of over wie we zijn, en al zeker niet in vergelijking met anderen die we dan dreigen middelmatig te noemen. Neen, het gaat om de realisaties van ons zoeken, om de volharding in dat blijven zoeken ondanks frustraties en tegenslagen. 

We mogen trots zijn 

We willen excelleren en heel vaak slagen jullie daar ook in. Als clinici, als professoren, als IOF- en onderzoeksmanagers, als onderzoeksexperten, postdocs en doctorandi, als onderzoeksondersteunende staf. Neen, niet al ons onderzoek is baanbrekend: dat kan ook niet. Bovendien blijkt veel niet-baanbrekend onderzoek achteraf vaak essentieel om de grote doorbraken te kunnen realiseren. Maar veel van onze wetenschap verlegt de grenzen en daar mogen we best trots op zijn. Ons beleid biedt daar ook kansen en mogelijkheden toe. 

Maar excellentie mag niet ten koste gaan van de brede ontwikkeling van ons onderzoek. Dat zou niet alleen tot demotivering en ongeziene frustratie leiden, het zou ons ook kansen doen missen. Wie kan immers voorspellen welke nu nog onbekende, jonge professor, morgen misschien een vondst doet die een wetenschapsdomein op zijn kop zet? Wie kan aanvoelen welke resultaten uit een op het eerste gezicht ‘gewoon’ project uiteindelijk van fundamenteel belang blijken te zijn voor een doorbraak? 

Pieken op een hoogvlakte: dat is het beeld dat we de afgelopen jaren als richtlijn hebben gebruikt en het geeft nog altijd weer wat ik voor ogen heb: een onderzoeksomgeving die algemeen gesproken van zeer hoge kwaliteit is en die het voor een aantal van ons en voor sommige onderzoeksteams mogelijk maakt om nog een stap verder te gaan. 

De pieken 

Ja, de KU Leuven is één grote hoogvlakte. Een hoogvlakte met pieken. Beide vragen aandacht. 

In heel wat domeinen kunnen we pieken creëren door krachten te bundelen. Team science is daartoe vaak een voorwaarde. Dat streven naar krachtige teams komt expliciet naar voor in een reeks keuzes die we gemaakt hebben. 

Ik denk aan de KU Leuven Instituten. Dat zijn platformen die we laten incuberen in de hoop dat ze daarna accelereren en vanuit de interdisciplinaire kruisbestuiving een verschil maken in domeinen waarin hier en elders schaalvergroting nagestreefd wordt. Onze instituten zij bij uitstek plaatsen waar ook strategisch gereflecteerd wordt over de lange termijn. Waar willen we naartoe met ons onderzoek? Waar zetten we op in en wat hebben we daarvoor nodig? Dat zijn vragen die we beter kunnen aanpakken als we creativiteit en expertise bundelen, over disciplines heen.

Er zijn ook nieuwe interventiecategorieën die krachtige teams proberen te smeden. Dat is het geval met de interdisciplinaire netwerken of ID-N-categorie, die veel mogelijkheden voor blue sky-onderzoek creëert binnen de universiteit. Dat is ook zo met de interuniversitaire BOF-oproep of de zogenaamde iBOF-projecten die het canvas creëren voor stevige interuniversitaire consortia op Vlaams niveau. 

Maar we hebben ook vele pieken buiten onze Instituten en in het monodisciplinair onderzoek. We vinden ze in alle disciplines. Aan de KU Leuven gooien immers alle disciplines hoge ogen. 

De hoogvlakte

Het moet onze ambitie zijn om alle onderzoekers op de hoogvlakte te brengen. Op die hoogvlakte kunnen ze pieken, zo nu en dan of zelfs duurzaam. Die gedachte ondersteunen we met een keuze voor een beleid gericht op relatief hoge slaagkansen in onze Interne Fondsen. Meestal liggen de slaagkansen in de C1-, C2- en C3-categorie tussen 35 en 50 procent. Dat is hoog. Het leidt tot een spreiding van kansen en, bijgevolg, brede opbouw van de nodige onderzoekscapaciteit zodat een zo groot mogelijk deel van onze wetenschappers zich goed gewapend met doordachte onderzoeksplannen kan richten op de externe onderzoeksfondsen. 

Ook ons beleid ten aanzien van de kernfaciliteiten is een uiting van vertrouwen in transparantie, samenwerking en efficiënte inzet van dure apparatuur voor een zo groot mogelijke groep van onderzoekers. Ook hier voorzien we incubatiefinanciering, bijvoorbeeld voor apparatuur voor lichtmicroscopie of massaspectrometrie, om genoomsequenties te bepalen of voor computertomografie, of voor de optimale benutting van onze serres. Het zijn voorbeelden die navolging zullen krijgen. Door erkende KU Leuven Kernfaciliteiten in de kijker te zetten kunnen we ook nieuwe talenten van hier en elders aantrekken. Topinfrastructuur voor excellent onderzoek.

Ook de investering in het sabbatbeleid mag hier ter sprake komen. Het is een keuze die het gebalanceerd investeren van dit bestuur illustreert, steeds met oog voor de onderzoeksomgeving (bv. oproepen kleine of middelgrote infrastructuur, erkenning van Kernfaciliteiten), voor de middelen (bv. de startfinanciering, de C-interventiecategorieën in het Bijzonder en Industrieel Onderzoeksfonds), en voor de mensen (bv. sabbatbeleid). We hebben een hoogvlakte omdat we aan de KU Leuven alle professoren, onderzoekers en disciplines proberen te laten groeien. 

We moeten bij dit alles goed voor ogen houden dat onderzoek geen losstaande, geïsoleerde activiteit is. Veel van onze onderzoekers ontwikkelen kennis en technologie die vroeg of laat haar weg vindt naar de bredere samenleving. Op dit vlak staat de KU Leuven met Leuven Research & Development (LRD) erg sterk. We mogen er trots op zijn dat we al vier jaar na elkaar als meest innovatieve universiteit van Europa worden gerangschikt door Reuters. Die positie is het resultaat van een jarenlang volgehouden strategie en beleidskeuzes die ervoor zorgen dat zowel de onderzoeker als de universiteit beter worden van intense samenwerking met andere maatschappelijke spelers. Ze is intussen ook een echte troef geworden bij het aantrekken van buitenlandse onderzoekers die onze onderzoeksomgeving en onze universiteit verder verrijken.

Brede schouders

We hebben oog voor ambitieus individueel talent. Denk aan de BOFZAP-professoren, voor wie we nu de mogelijkheid van een derde termijn van vijf jaar als onderzoeksprofessor hebben voorzien. We hebben dat gedaan om de financiële enveloppes van onderzoekseenheden en departementen wat te ontlasten, maar meer nog omdat we hoge verwachtingen hebben als organisatie: de verwachting dat ze het onderzoek in hun team schragen en dragen en dus mee een verschil creëren voor de ruimere kring van professoren en medewerkers. Want dat is inclusieve excellentie.

Ook in het klinisch onderzoek hebben we analoge stappen gezet, met de mogelijkheid om klinisch ZAP aan het einde van hun fundamenteel klinisch mandaat bij het FWO een extensie te geven met vijf of tien jaar. Ook hier gaat de aandacht voorbij het individu. Het gaat om het collectief. We willen de ‘eigen aard’ van een universitair ziekenhuis op de langere termijn kunnen verzekeren, door ook in de ziekenhuisomgeving te investeren in een academisch korps dat zich voldoende kan richten op innovatief onderzoek. 

We kunnen hier ook niet voorbijgaan aan onze inspanningen om het succes bij de European Research Council te verhogen. We hebben een kader uitgebouwd dat ons moet toelaten om beloftevolle onderzoekers sneller te identificeren, aan te moedigen om een ERC-grant aan te vragen en goed te ondersteunen bij hun aanvraag. We proberen academische posities te verzekeren voor ERC-grantees die voor de KU Leuven kiezen. Maar we werken ook in samenspraak met faculteiten en departementen aan een betere lokale inbedding, met oog voor onder meer een gebalanceerde onderwijsopdracht en een inzet op loopbaanbegeleiding. Meer ERC-grants verwerven is belangrijk, maar een krachtige win-win realiseren tussen de grantee en zijn of haar entiteit is dat evenzeer.  

Veel dank voor aangehouden inzet

Beste collega’s, staan we voldoende stil bij de kracht van onze Dienst Onderzoekscoördinatie, de inzet van onze Onderzoeksraad en IOF-raad, en de dynamiek van LRD? Soms denk ik dat we de kracht van de KU Leuven hier onderschatten. Die kracht komt snel tot uiting wanneer ik spreek met wie een ERC-grant verworven heeft, met wie nieuw is aan de KU Leuven en kan vergelijken met elders, met wie in zijn of haar valorisatie-inspanningen of bij de bescherming van de intellectuele eigendom geholpen wordt door LRD, met wie het traject loopt van een aanvraag in het Horizon 2020-programma. Dan volgen de complimenten en de gelukwensen. Dan voel je dat de KU Leuven er staat, ook in dit belangrijke segment.