Leestijd: 5 minuten

De mijlpaal

Belangrijkste realisaties

  • Invoering van het ‘Mijlpaal’-systeem aan de KU Leuven vanaf academiejaar 2021-2022
  • Evolutie naar vaste modeltrajecten in de eerste opleidingsfase
  • Lancering van de startersdagen voor een betere verwelkoming en integratie van studenten
  • Verplichte uitvoering van ijkingsproeven voor burgerlijk en industrieel ingenieur
  • Geleidelijke invoering van learning analytics, met projecten ondersteund
© KU Leuven

Zorg voor studievoortgang

We kunnen er niet omheen. De studievoortgang kan beter. Het aandeel generatiestudenten dat na het eerste bachelorjaar op alle opleidingsonderdelen geslaagd is, blijft dalen. Een almaar groeiend aantal studenten heeft één of meerdere herkansingen nodig om hun studietraject succesvol af te ronden. Een steeds kleiner aandeel generatiestudenten behaalt een bachelordiploma na drie jaar. Het aantal bachelorstudenten dat niet in het modeltraject zit en dus opleidingsonderdelen van verschillende fasen combineert, is het voorbije decennium aanzienlijk gestegen.

Bij mijn aantreden als rector, verwachtte ik veel van een herziening van de academische kalender als antwoord op deze evoluties. De voorgestelde nieuwe kalender, zo was de verwachting, zou activerend onderwijs vergemakkelijken, uitstelgedrag ontraden en zo de studievoortgang dienen. Er werden informatiesessies georganiseerd over de voor- en nadelen. Ook in de Academische Raad was er een sereen, maar intens debat. Het draagvlak bleek niet stevig genoeg. Het draagvlak bleek niet groot genoeg, ook niet buiten de KU Leuven. 

Dat is niet erg. Het debat was verrijkend en heeft de aandacht voor de hoger vermelde problemen van studievoortgang scherpgesteld en veel bereidheid tot hervorming gecreëerd. 

We zijn aan de slag gegaan met haalbare en gedragen maatregelen en hebben zo het momentum goed gebruikt. De startersdagen werden ingevoerd om studenten beter voor te bereiden op hun opleidingstraject. Voor de opleidingen burgerlijk en industrieel ingenieur werd deelname aan de ijkingsproeven verplicht gemaakt. Andere opleidingen zullen volgen. In de Associatie KU Leuven beslisten we om werk te maken van betere schakelprogramma’s en (her)oriëntering tussen professionele en academische bacheloropleidingen. Het gebruik van learning analytics als instrument voor het analyseren en bespreken van studievoortgang werd met projecten ondersteund. 

Wat is de mijlpaal? 

Maar het klapstuk is de invoering van de mijlpaal met ingang van academiejaar 2021-22. De eerste fase van de bacheloropleiding zal strikt afgebakend worden, zodat er geen opleidingsonderdelen zijn die in de eerste fase van de opleiding én in een andere fase van dezelfde opleiding voorkomen. Zodra een student alle opleidingsonderdelen van de eerste fase succesvol heeft afgerond (door te slagen of na deliberatie), behaalt hij of zij de eerste mijlpaal. 

De maatregel dient meerdere doelen: grenzen stellen aan de flexibilisering, komaf maken met de al te grote verscheidenheid in individuele studieprogramma’s, de vertraging in de studievoortgang keren en het groot aantal examenkansen dat sommige studenten nodig hebben aanpakken. 

Meer delibereren, minder tolereren

Heeft een student beperkte tekorten, dan zal de examencommissie die delibereren. Het moet om beperkte tekorten gaan: een 8 of een 9 en dit voor maximum 12 studiepunten. De student moet alle opleidingsonderdelen afgelegd hebben, mag geen scores lager dan 8 laten optekenen en het jaarpercentage moet minstens 50 procent zijn. 

Vandaag kiest een student zelf of hij/zij een 8 of 9 opnieuw aflegt dan wel laat tolereren. Met de mijlpaal verleggen we het initiatief weer naar de examencommissie. Dit heeft een groot effect op de studievoortgang. Waar momenteel 30 procent van de studenten een volledige studievoortgang realiseert na de septemberzittijd van de eerste opleidingsfase, zou dat in een deliberatiesysteem liefst 42 procent worden. De maatregel houdt zo meer studenten in dezelfde cohorte en dit zal ertoe leiden dat meer studenten de bachelor in de voorziene termijn afronden. 

Ik denk dat die 42 procent een onderschatting is. Studenten die ingeschreven zijn voor de volledige eerste fase en na twee academiejaren in dezelfde opleiding de eerste mijlpaal niet behalen, zullen een weigering tot inschrijving krijgen voor één academiejaar in die opleiding. Met andere woorden, de eerste mijlpaal moet op het einde van het tweede jaar gehaald zijn. Deze regel zal ongetwijfeld een gedragseffect hebben, en uitstel van het opnemen van moeilijke opleidingsonderdelen ontraden. 

Maar ook met stimulerende communicatie willen we die 42 procent opkrikken. We willen dat zoveel mogelijk studenten de eerste mijlpaal na het eerste academiejaar bereiken. Dat moet echt een gevoel van ‘slagen’ geven, een ‘hoera-moment’. In de communicatie moet deze verwachting duidelijk zijn, met een positieve boodschap bij het behalen ervan (“je bent goed bezig”). 

Worden we nu strenger? 

Wel, ik denk dat onze aanpak adequater en eenvoudiger wordt.  

Sommige maatregelen worden verstrengd. We zullen studenten bijvoorbeeld niet meer toelaten om zich nog te heroriënteren nadat ze twee keer opeenvolgend (in verschillende opleidingen) geen 30 procent studie-efficiëntie hebben behaald. En we verwachten dat opleidingsonderdelen van de eerste fase succesvol afgerond zijn na twee academiejaren. 

Maar er zijn ook versoepelingen. Voor een student die de eerste mijlpaal behaald heeft, geldt nog slechts één weigeringsregel (nl. geen vierde inschrijving mogelijk). Een student zal ook meer delibereerbare of tolereerbare studiepunten ter beschikking hebben. Er zullen altijd 12 studiepunten beschikbaar zijn voor tolerantie in de tweede en derde fase van de bachelor, een garantie die er tot nu toe niet was.

Conclusie: niet strenger noch milder, wel adequater met groter effect. De aangepaste studievoortgangsmaatregelen betekenen ook een vereenvoudiging ten opzichte van de huidige situatie. Het afschaffen van de ‘cumulatieve studie-efficiëntie’ maakt dat de complexiteit van het tellen van studiepunten over academiejaren heen komt te vervallen. 

Hard en goed gewerkt! 

Dank aan alle auteurs van het inspirerende rapport over de academische kalender. Hun plannen zijn niet integraal ingevoerd, maar ze hebben ons gevoed en geïnspireerd om de thematiek van studievoortgang ten gronde aan te pakken. We zijn veel dank verschuldigd aan de vicerector onderwijsbeleid en aan de voorzitter van de Onderwijsraad en bij uitbreiding aan alle leden, alsook van de technische werkgroep die fijnmazigheid heeft aangebracht in de ruwe voorstellen. Zij hebben met z’n allen een complex dossier tot eenvoud gebracht. Ze hebben op die manier de KU Leuven gewapend voor het debat over studievoortgang met de minister van Onderwijs.