Leestijd: 5 minuten

Globale samenwerking

Belangrijkste realisaties

  • Universitaire ontwikkelingssamenwerking (UOS) als Global Development volop in de kijker
  • Ondersteuning van het KU Leuven Globaal Ontwikkelingsbeleid met vier actuele MOOC’s
  • Hoog jaarlijks aanbod van doctoraatsbeurzen voor studenten uit het Globale Zuiden
  • Aanzienlijke toename van de succesgraad in competitieve oproepen van VLIR-UOS
  • Door sensibilisering meer professoren en onderzoekers met projecten in het Zuiden
  • Verbetering van de werkwijze door externe adviesraad met academici uit het Globale Zuiden
  • Versnelde ontwikkeling van de alumniwerking in het Globale Zuiden
© KU Leuven

Engagement in, voor en met het Zuiden

“Als we willen opkomen voor de allerzwaksten, dan moeten we ons richten naar het Zuiden en tegelijkertijd de verpletterende verantwoordelijkheid van het Noorden thematiseren”. Het zijn zinnen uit mijn programma van 2017. “We willen het terrein van de universitaire ontwikkelingssamenwerking opnieuw bepalen, herordenen en een nieuw elan geven met investeringen in een geloofwaardig en doeltreffend project”, zo voegde ik eraan toe. We hebben die handschoen opgenomen. Neen, het eindpunt is niet bereikt. Maar de richting is bepaald.  

In de kijker

De universitaire ontwikkelingssamenwerking (UOS) – vandaag spreken we van Global Development – staat weer volop in de kijker. Dat is mede de verdienste van de goed samenwerkende vicerectoren bevoegd voor internationaal beleid en Global Development, een hard werkende Interfacultaire Raad voor Ontwikkelingssamenwerking (IRO) en een geëngageerd Global Development-team in de Dienst Internationalisering. Ook de samenwerking met de nieuwsdienst en de dienst marketing is vandaag veel intenser, dat brengt de UOS voor het voetlicht. Ook op studentenevenementen is de zichtbaarheid van Global Development toegenomen. De verdere ontwikkeling van Academics for Development en de lancering van KU Leuven Engage hebben dit mee mogelijk gemaakt. 

Onze universiteit heeft zich ingespannen om te sensibiliseren rond ontwikkelingsvraagstukken. Zo financierde de IRO/Global Minds vier MOOCs die in het teken staan van globale uitdagingen. De MOOCs behandelen actuele ontwikkelingsproblemen en reiken in dialoog met de partners in het Zuiden nieuwe inzichten aan om deze problemen aan te pakken. Deze keuze typeert ook ons MOOC-beleid. MOOCs zijn een manier om de KU Leuven internationaal te positioneren in domeinen waarin we excelleren, maar er schuilt ook een belangrijke maatschappelijke opdracht in om kennis en wetenschap wereldwijd uit te dragen en met internationale partners vorm te geven.

Meer middelen, betere uitkomsten

Hoewel de overheidsmiddelen voor UOS al enkele jaren erg onder druk staan, is het aantal doctoraatsbeurzen voor studenten uit het Zuiden verruimd. Naast tien Global Minds-beurzen, worden nu ook vanuit de middelen van ons Bijzonder Onderzoeksfonds tien Zuidbeurzen aangeboden. Met ook een aantal ‘sandwichbeurzen’ uit het Marc Vervenne-Fonds biedt de KU Leuven jaarlijks meer dan twintig doctoraatstrajecten aan. De aanvraag- en selectieprocedures werden gestroomlijnd.

Minstens zo belangrijk is dat onze succesgraad in de competitieve oproepen van VLIR-UOS gevoelig gestegen is. Er wordt gewerkt met een academisch leescomité met ervaren promotoren die aanvragen grondig becommentariëren. De helft van de gelezen voorstellen werd geselecteerd. Belangrijk is ook dat na een actieve sensibilisering via de faculteitsraden een aantal nieuwe gezichten zijn aangetrokken en zo een ruimere groep KU Leuven-academici zich richt op projecten voor en met het Zuiden. Ook de genderbalans kent een positieve evolutie, met een groeiend aandeel vrouwelijke promotoren. 

Voor Zuidinitiatieven/Joint-projecten waren 23 van de 62 geselecteerde aanvragen van de KU Leuven (38 procent van het totale budget). Van de 23 geselecteerde projecten werden er tien ingediend door ‘nieuwe gezichten’ die voor het eerst een Zuidproject aanvroegen. Dat belooft voor de toekomst. Negen van de 23 geselecteerde projecten werden ingediend door vrouwelijke collega’s. De slaagkans voor onze universiteit lag op 46%, een sterke verhoging tegenover vorige jaren. Het moedigt aan om de koers aan te houden. 

Samen-werken 

Global Development wordt vandaag gepositioneerd als een vorm van ‘samen-werken’. Om capaciteit in het Zuiden op te bouwen, moet je ook goed weten hoe je er best impact realiseert. Die capaciteit is niet alleen een kwestie van centen, maar ook van een goed begrip van lokale omstandigheden en de randvoorwaarden voor succes. 

Om dat goed te kunnen bepalen is expertise uit het Zuiden nodig. Daarom werd onder impuls van een IRO-werkgroep een externe adviesraad opgericht, samengesteld uit academici-alumni uit het Zuiden. Deze raad kwam meermaals bijeen in Leuven en levert waardevol werk, zowel in haar fundamentele reflecties over het KU Leuven-beleid als in de verfijning van onze instrumenten. 

Ook de nieuwe alumni chapters helpen om beter te begrijpen hoe vormen van capaciteitsopbouw sterker uitgewerkt kunnen worden. De alumniwerking in het Zuiden werd een versnelling hoger gebracht met de oprichting van chapters in Ethiopië en Vietnam. Ook uitwisselingen tussen beheerders van alumninetwerken in het Zuiden en de KU Leuven nemen toe in aantal. 

Engagement aanhouden

Het moet gezegd. Global Development is een werk van lange adem. Wat geduldig is opgebouwd, kan snel opnieuw onder druk komen te staan. De oorlogssituatie in de regio van Tigray in Ethiopië illustreert dat helaas. In augustus 2019 was ik er nog te gast om de hechte band met Mekelle University te onderstrepen. Goed een jaar later is die opdracht herleid tot actieve diplomatie ten aanzien van ambassades, bevoegde ministers en de Europese Commissie. In een poging erger te voorkomen en minstens de gevolgen op humanitair vlak te mitigeren. Ook dat is een opdracht van een rector die begaan is met het Globale Zuiden.

Zo gaat dat met onze aanwezigheid in het Zuiden. Eens je geproefd hebt van wat onze KU Leuven-collega’s daar realiseren, laat het je niet meer los. Ik wil hen danken om me op sleeptouw te nemen en onder te dompelen in de rijkdom van Afrika, India of die vele boeiende landen in Zuidoost-Azië: een rijkdom aan ervaringen met een voelbaar bewijs van impact. Ik dank alle leden van de IRO en het UOS-team, maar ook de medewerkers van VLIR-UOS die er mee voor zorgen dat er in Vlaanderen een kader is voor een slagkrachtige Zuidwerking.