Leestijd: 10 minuten

KU Leuven en UZ Leuven

Belangrijkste realisaties

  • Financiering van de universitaire ziekenhuizen hoog op de federale agenda
  • Belangen van UZ Leuven met succes verdedigd op politiek niveau
  • Stevige investeringen van KU Leuven in de infrastructuur van de Health Science Campus
  • Veel betere inbedding van het translationeel en klinisch onderzoek in de Interne Fondsen
  • Een versterking van de onderzoeksbasis door het mandaat van Fundamenteel Klinisch Onderzoeker 
  • Invoering van de sabbatperiode in UZ Leuven
© KU Leuven

Een keuze voor academische synergie

Een rector heeft meerdere opdrachten ten aanzien van een universitair ziekenhuis dat integraal deel uitmaakt van de universitaire structuren en prioriteiten. Zo moet hij/zij vooreerst zijn/haar (politiek) netwerk gebruiken om de continuïteit en de groei van het ziekenhuis te helpen garanderen en zijn positie in een complexer wordend zorglandschap te verzekeren. Voorts is er de rol van medebestuurder, specifiek in het Bestuurscomité en het Remuneratiecomité van UZ Leuven. Maar ook heel wat beslissingen van het Gebu en de Academische Raad, het Bestuurscomité LRD en de Raad van Bestuur van de KU Leuven hebben betrekking op UZ Leuven. 

Een derde opdracht is de optimale organisatie van de academische opdracht van het ziekenhuis.  Dit vergt onder meer gerichte interventies in het onderzoeksbeleid en, in samenwerking met de Faculteit Geneeskunde, in het domein van onderwijs en opleiding. De vierde opdracht, in het verlengde daarvan, is de versterking van de bruggen tussen universiteit en ziekenhuis, bijvoorbeeld in de fondsenwerving, in het domein van personeelsbeleid (ZAP-loopbaan) en bij de oprichting van Instituten in de biomedische sfeer. 

Ten dienste

Al deze opdrachten zijn belangrijk en staan hoog op mijn prioriteitenlijst. Dat is nodig, want de vertaling van wetenschappelijk inzicht naar deskundige zorg is één van de meest voorname taken van de universiteit. De kracht van de universiteit wordt bovendien mee bepaald door de sterkte van het ecosysteem waarin ze zich situeert, en onze ziekenhuisactiviteit is in het Leuvense ecosysteem één van de voornaamste spelers. 

Het licht van de schijnwerpers heb ik niet opgezocht. Ik heb me eerder met grote luisterbereidheid en veel engagement zo veel mogelijk ‘ten dienste’ gesteld: van de gedelegeerd-bestuurder, van het Bestuurs- en het Directiecomité, van de Medische Raad en van de Raad Medische Diensthoofden. 

Met het Gebu hebben we actief gezocht naar manieren om de academische opdracht van het ziekenhuis nog beter te ondersteunen en de loopbaan van klinisch ZAP uit te bouwen. Hier is nog veel werk en heel wat progressiemarge. Maar het typeert onze visie: UZ Leuven staat niet naast de KU Leuven, UZ Leuven is integraal deel van de universiteit. Dat is zo in de juridische betekenis, maar gelukkig ook almaar meer in de graad van verwevenheid, de wederzijdse betrokkenheid en de kennis van elkaar. 

De toekomst van de ziekenhuisfinanciering

De universiteit moet haar ziekenhuis volop steunen in de dossiers die van tel zijn op de langere termijn. Onder meer denk ik aan de herijking van de nomenclatuur, de hervorming van de ziekenhuisfinanciering en de loco- en supraregionale netwerkvorming. Er is hard gewerkt op het politieke forum, in voorbereiding op en in navolging van de federale regeringsvorming. Intense gesprekken met partijvoorzitters tijdens de opeenvolgende pogingen tot coalitievorming hebben ertoe geleid dat de problemen eigen aan de huidige financiering van de universitaire ziekenhuizen nu goed gekend zijn en bovenaan de politieke agenda staan.  

Dit is een absolute prioriteit. De financiering van de universitaire ziekenhuizen komt immers almaar meer onder druk te staan. In relatieve termen gaat de vergoeding van de complexe pathologie erop achteruit, terwijl de kost van de inzet die daarvoor vereist is steeds groter wordt. Door de combinatie van beperkte indexering van de honoraria met volledige indexering van de lonen stijgt de kloof tussen opbrengst en kost snel. De bijdrage aan de sociale zekerheid (35% werkgeversbijdrage, 13% werknemersbijdrage) vormt bovendien een onhoudbaar competitief nadeel tegenover het statuut van de zelfstandige arts in een algemeen ziekenhuis. 

We hebben oplossingen aangereikt aan de federale regering. Die oplossingen kunnen leiden tot een billijkere financiering van de zorgopdracht in universitaire ziekenhuizen, honorering van het specifiek statuut van de artsen-specialisten, en het genereren van middelen voor multidisciplinair onderzoek en innovatie. Alle politieke partijen van de Vivaldi-coalitie erkennen de diagnose. De voorgestelde oplossingen worden in een samenwerking tussen KU Leuven en ULB met de daartoe bevoegde ministers, kabinetten en administraties uitgediept om zo de volgende jaren samen de toekomst van UZ Leuven te kunnen schrijven. 

De verdichting van de Health Sciences Campus

We hebben daarnaast ook veel zelf in de hand. Minstens zo belangrijk voor de toekomst van ons ziekenhuis en de Groep BMW, is de uitbouw van de Health Sciences Campus. We staan hier voor grote uitdagingen en steeds meer vraagstukken. Ze zijn een gevolg van de snelle ontwikkelingen in de infrastructurele noden van een instituut dat ook op de langere termijn hét topreferentieziekenhuis van België wil blijven. Maar ze worden ook mee bepaald door de snelle toename van de studentenaantallen geneeskunde, biomedische wetenschappen en tandheelkunde. 

De KU Leuven investeert stevig mee in de uitbouw van deze infrastructuur. De verstrengeling van onderwijs, opleiding, onderzoek en tertiaire zorg wordt in één comprehensieve campus mooi belichaamd. Maar er komen cruciale jaren aan. We moeten verstandig omgaan met de schaarste aan investeringskredieten, om zo toch het hoge tempo van de veranderingen te kunnen volgen. De excellente samenwerking zoals we die nu kennen tussen rectoraat, algemeen beheer, de technische diensten van de KU Leuven en de facilitaire diensten van het UZ Leuven zal dat mogelijk maken. 

Billijke transfers van universiteit naar ziekenhuis

De vaste medische staf van UZ Leuven neemt een belangrijke opdracht op binnen de faculteiten en de departementen. Voor die academische opdrachten van onderwijs en onderzoek voorziet de universiteit middelen aan het ziekenhuis, op basis van een allocatiemodel. Met die middelen wordt de nodige academische tijd voor het klinisch ZAP verzekerd en worden ook opleidingsplaatsen voor arts-specialisten in opleiding (ASO) gefinancierd. Over de omvang van deze transfer lopen gesprekken en dit zal leiden tot de nodige transparantie en duiding. 

Recent werd nog een bijkomende impuls van jaarlijks 10 rekeneenheden toegevoegd aan de enveloppe, bestemd voor de financiering van extra ASO opleidingsplaatsen in knelpuntdisciplines. Dat is een noodzakelijke investering gezien de grote aantrekkingskracht van de KU Leuven in de opleiding geneeskunde en de daarmee gerelateerde stijging in studentenaantallen. Verder is er een structurele inzet van rekeneenheden voor klinisch ZAP binnen de departementen, in de vorm van ongeveer 32 rekeneenheden aan ATP- en BAP-ondersteuning voor klinisch ZAP.

Een opstap voor het klinisch onderzoek

De middelen die de universiteit investeert hebben een unieke onderzoeksomgeving gecreëerd in het UZ en dat loont. Ruim de helft (51%) van het ZAP van de Groep BMW heeft een klinische aanstelling als arts of tandarts in UZ Leuven of Z.Org. De klinische ZAP-leden zijn actief in het basisonderzoek, het translationeel en klinisch onderzoek. De academische prestaties liggen hoog. Net omwille van de unieke opdracht van een universitair ziekenhuis moeten we erover waken dat het academische en innovatieve karakter van de klinische zorg, het bijhorende onderzoek en de opleidingen op peil blijven. 

Het Gebu heeft een stevige impuls gegeven met een ruime waaier aan gerichte acties. De Onderzoeksraad is uitgebreid met twee leden met grote klinische expertise, zodat de Raad nu meer beslagen is om (pre)klinisch onderzoek naar waarde te schatten. De richtlijnen van de Interne Fondsen, meer bepaald voor de C1-, C2- en C3-categorie, werden meer toegesneden op de klinische realiteit zodat klinisch ZAP beter kan bepalen in welke interventiecategorie de voorstellen voor basis-, translationeel en (pre)klinisch onderzoek best gefinancierd kunnen worden. 

Er werd een grant office opgericht in UZ Leuven, bestaft door de diensten van DOC en LRD. Klinisch ZAP krijgt er advies op maat over de meest geschikte financieringskanalen voor hun onderzoeksambities. In het verlengde hiervan is ook het Clinical Trial Center (deels gefinancierd door de Groep BMW) versterkt met een vanuit de IOF-middelen betaalde klinische onderzoekscoördinator op postdoctoraal niveau. Deze stafmedewerker zal vanuit het CTC gerichte ondersteuning bieden bij het uitwerken van projectvoorstellen, zodat de slaagkansen verder kunnen stijgen.

We werkten ook een nieuw type mandaat uit: de Fundamenteel Klinische Onderzoeker, gefinancierd vanuit de Interne Fondsen (BOF). Dit mandaat kan opgenomen worden na de maximumtermijn van 15 jaar Fundamenteel Klinisch Mandaat bij het FWO, en maakt een duurzame verderzetting van toponderzoek mogelijk. De eerste lichting is geselecteerd in de BOFZAP-ronde 2021. 

Sabbatperiode voor klinisch ZAP

In 2019 voerde de KU Leuven een goed gefinancierd stelsel van sabbatperiode in voor alle ZAP-leden met een aanstelling van minstens 80 procent. In 2020 werd met de Directie, de Medische Raad en de Raad Medische Diensthoofden van UZ Leuven overeengekomen om dit stelsel in een aangepaste vorm open te stellen voor klinisch ZAP. Per vijf jaar actieve dienst, hebben klinische ZAP-collega’s recht op drie tot vijf weken sabbatperiode. Zo kunnen ze een meer aaneengesloten periode spenderen aan onderzoek of aan de uitbouw van aanvullende klinische expertise aan een andere instelling.

De loopbaan meer geordend

Klinisch ZAP heeft een drieledige opdracht en vanuit die drieledigheid ook meerdere rapporteringslijnen: het klinisch diensthoofd en de hoofdarts voor de klinische zorg in UZ Leuven, de decaan voor het onderwijs en de departementsvoorzitter voor het onderzoek. Dit maakt dat de belangen die hij/zij moet dienen erg verschillend en tegenstrijdig kunnen zijn en dat het zoeken naar een goed gebalanceerd gebruik van de tijd geen sinecure is. 

We hebben de diensthoofden in UZ Leuven duidelijk verantwoordelijk gemaakt als ‘integrator’. Van hen wordt verwacht dat ze toekijken op de evenwichten tussen klinische zorg, wetenschappelijke loopbaan en inzet voor onderwijs. Het diensthoofd moet daarbij ook rekening houden met de specifieke talenten en ambities van de stafleden. Heel wat diensthoofden doen dit trouwens nu al schitterend. Bovendien zal in de opleidings- en coachingtrajecten voor nieuwe diensthoofden meer aandacht gaan naar de integratie van het academische luik van de opdracht.

Verder werd het statuut van klinisch lector ingevoerd voor de vaste medische staf van UZ Leuven die wel een doctoraatstitel hebben, maar (nog) niet beantwoorden aan de criteria voor een ZAP-aanstelling. Zo krijgt deze belangrijke groep de erkenning die ze verdienen voor de opdracht die ze in het academisch onderwijs opnemen. Een klinisch lector krijgt aan de universiteit dezelfde personeelsfaciliteiten als de bijzondere gastprofessoren. Zij of hij kan nu titularis zijn.

Er is ook werk gemaakt van een beter uitgebouwde ombudswerking aan UZ Leuven. Dat is een grote stap vooruit, ook in de ondersteuning van de hoofdarts in zijn belangrijke opdrachten. Het is nu kwestie een gedegen ombudswerking ook goed kenbaar en laagdrempelig toegankelijk te maken voor die groepen die er, omwille van hun positie, dikwijls het meest nood aan hebben zoals stagiairs, co-assistenten en arts-specialisten in opleiding. 

In verbondenheid

De coronacrisis heeft het ziekenhuis diep geraakt en verregaande inzet gevraagd van al het zorgpersoneel. Veel zorg werd uitgesteld, budgetten zijn onder druk komen te staan. Maar precies tijdens die crisis is de relatie tussen universiteit en ziekenhuis uitgediept en werd duidelijk dat ziekenhuis en universiteit zich verbonden voelen. 

Vanuit de fondsenwerving is heel wat COVID-19-gerelateerd klinisch onderzoek mogelijk gemaakt. Studenten werden opgeroepen om als vrijwilliger kinderopvang te voorzien voor UZ-personeel. Persoonlijke beschermingsmiddelen voor zorgverleners werden vanuit de KU Leuven-laboratoria solidair aangeleverd. Sterilisatie-infrastructuur werd ter beschikking gesteld. Rega-medewerkers sprongen bij voor de diagnostiek in UZ-labo’s. Het is een greep uit de vele voorbeelden van evidente collegialiteit, die de synergie ten goede komen. 

Vanuit een actieve betrokkenheid moeten we die synergie vasthouden. Neen, dat vraagt geen directe inmenging. In deze boeiende omgeving moet een rector kunnen steunen op de interne deskundigheid, en vertrouwen kunnen hebben in het bestuur van UZ Leuven en haar diensten. Dat vertrouwen is groot. Ik wil iedereen danken die tijd vrijgemaakt heeft voor de ontwikkeling van een beginnend rector zonder biomedische ervaring tot een meer ervaren bestuurder die zowel binnen het ziekenhuis als in haar politieke omgeving mee een verschil kan maken.